Vakantiekiekjes (II)

Je hebt dus je Photoshop opgestart. Je vloekt omdat die nieuwe iMAC er volgens jou veel te lang over doet. ‘Dan had je maar die onnozele Windows Vista niet moeten bootcampen op mijn veel betere Mac-architectuur’, sputtert je iMAC, die, zoals zijn afkomst voorschrijft, niet om enig superioriteitsgevoel verlegen zit. ‘Ga jij me dan een Mac-Creative Suite licentie cadeau doen?’, sneer je terug, vooraleer je bedenkt dat met computers proberen praten nog nooit iemand goed gedaan heeft. Vraag maar na in het nog nasmeulende Flanders Language Valley.

Je begint met op de foto de vuilzakken buiten te zetten (als je later trots het eindresultaat aan je vriendin zal tonen, zal deze zeggen dat je beter thuis de echte vuilzakken had buiten gezet). Daartoe gebruik je niet het gewone kloonstempeltje, maar het perspectief-kloongereedschap in het vanishing point filter. Immers, de witte tegeltjes hebben een zeker perspectief, en het vanishing point filter laat je toe om dat perspectief te simuleren terwijl je kloont. Je probeert ook het aanrecht wat op te smukken. Dat lukt maar half, maar in dit geval is dat niet zo erg want het zaakje moet toch nog onscherp gemaakt worden. Je moet in Photoshop nooit meer werk verrichten dan finaal nodig is. Wat dat betreft lijkt Photoshop aardig op de echte wereld. Je samplet de kleur van de bruine tegelvoegen met het pipetje, en trekt een paar digitale voegen op het net opgepoetste aanrecht.

Dan is het tijd voor het serieuze werk: de truc met het diafragma. Het (redelijk) nieuwe lens blur filter in Photoshop heeft beperkte scherptediepte simuleren een stuk eenvoudiger gemaakt. Het belangrijkste is dat je een geloofwaardige ‘depth map’ maakt: dat is een grijswaarden-kanaal dat aan het lens-blur filter zegt welke delen scherp moeten blijven (wit), welke delen onscherp moeten worden volgens de waarden in het dialoogvenster aangegeven (zwart) en welke daartussenin geblurd moeten worden (grijs).

Met je nieuwe speelgoed (de plugin-suite van OnOne ) probeer je of die MaskPro nu echt zoveel beter is dan de gewone selectiegereedschappen in Photoshop. Je conclusie is dat het in ieder geval veel moeilijker is dan die promofilmpjes laten geloven. Na enig gesukkel slaag je er toch in de drie jongens te selecteren. Die selectie sla je op als een alfa-kanaal in het kanalenpalet. Normaal zou de kous nu al af kunnen zijn, zeker voor iets onbelangrijks als een fotootje in een persoonlijk fotoboek, maar omdat je denkt dat je hier nog een tutorial voor je weblog van wil maken, ga je een stapje verder: in plaats van de foto op te delen in twee vlakken: voorgrond (scherp) en achtergrond (onscherp) maak je nog een derde vlak erbij: de onderkant van de kasten: deze liggen immers tussen de jongens en de achtergrond in. In het dieptemasker zullen ze grijs zijn. Je had nog een stapje verder kunnen gaan door het lichtgrijze vlak naar boven toe te blurren (om zo het verschil in diepte van het aanrecht te simuleren) maar je denkt dat je er op de duur zoveel tijd kan insteken dat het eenvoudiger is om terug naar Marokko te gaan en de foto opnieuw te nemen… Het is zoals altijd ‘better to get it right in camera’…

Je maakt van het dieptemasker nogmaals gebruik om de achtergrondkleuren wat te desatureren. Vervolgens pas je nog een trucje toe dat zo oud als de straat is, maar meestal mooie resultaten geeft: het soft focus effect. Dit bestaat erin dat je een geblurde kopie van een laag in Overlay blendmodus over de bestaande laag zet. Dat resulteert in een zacht gloeiend effect dat niet alleen aangenaam oogt maar ook een aantal onvolkomenheden maskeert. Je denkt dat je daar eens een aparte post zal over schrijven, want het nadeel van de techniek is dat donkere kleuren snel de neiging krijgen om toe te lopen. Iets wat je kan verhelpen door een paar eenvoudige instellingen aan te passen. Het geheel leent zich trouwens uitstekend om er een kleine ‘action’ (in de Nederlandse Photoshop weinig daadkrachtig als ‘handeling’ vertaald) rond te maken. ‘Alweer voer voor een andere post’, denk je.

Tegen het overbelichte raam is geen kruid gewassen. Zelfs een raw file zou in Camera Raw niet te redden geweest zijn. En ook de fototas is moeilijk weg te klonen wegens gebrek aan donormateriaal in de omgeving. Dus besluit je de grote middelen in te zetten, en de foto bij te croppen tot een vierkant exemplaar. Je haalt nog een extra trucje uit je mouw: het noise-trucje: als je een beeld intensief gephotoshopt hebt, en zeker als je verschillende blur-effecten toegepast hebt, krijg je een verschil in ruisstructuur tussen de onbewerkte delen en de bewerkte delen, die er veel te ‘smooth’ gaan uitzien. Je kan in het lens-blur filter ruis toevoegen, maar het is beter om het apart te doen. De snelste manier is te alt-klikken op het nieuwe laag icoon, en daar te kiezen voor ‘Overlay’ blend mode en ‘Fill with overlay neutral color’ aan te vinken. Op het eerste gezicht zal er niets veranderen, maar na het toepassen van Filter -> Noise -> Add Noise (eventueel gevolgd door een héél klein beetje (0,25 of 0,5 px) Gaussian Blur om de zaak wat minder scherp te laten lijken) zal er een soort van digitale ruis over je beeld gekomen zijn, die het gephotoshopt karakter wat onderdrukt.

Je bedenkt dat dit ook een schitterende manier is om de digitale artefacten van vergrotingen mee te camoufleren. Vreemd genoeg geeft de ruis (die na de vergroting wordt toegepast en dus niet méé vergroot en vervormd wordt) immers een idee van scherpte. Bovendien kan je de boel nog flexibeler maken door te werken met Smart Filters. ‘Allemaal voer voor een volgende tutorial’, denk je.

Je bekijkt het finale resultaat en denkt. Hmm, misschien is die achtergrond iets té veel geblurd…

En je doet wat je altijd doet als je niet 100% tevreden bent van het resultaat: je converteert de boel naar zwart-wit. En je gaat de vuilbakken buiten zetten.

This entry was posted in Photoshop, Photoshop Plugins. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>